PLEIDOOI VOOR AMATEURISME

Boukje Cnossen Vizier Blog Leave a Comment

Ik was het creatiefst op de basisschool. Kastanjes op sateprikkers, herfstbladeren tussen kartonnetjes, Krimpy-Dimpie in de oven, jullie kennen het wel. Dit was meteen het top van mijn kunnen; beter dan dat is het nooit geworden. Toch behoor ik volgens sommige onderzoekers tot de creatieve klasse. Wat mij echt lid van de creatieve klasse maakt, is mijn kennisniveau. Hoogopgeleiden maken iets, of kunnen bijdragen aan, het exploiteren van intellectueel eigendom. Hoe creatief of artistiek dat eindproduct is, is volgens de pleitbezorgers van de creatieve economie niet echt van belang.

Dit resulteert in een versie van creatieve productie die gaat om deadlines halen, binnen budgetten blijven, en je aan het “moodboard” houden. De mensen die websites vormgeven, apps ontwikkelen, en social media content bedenken zijn misschien creatief, maar vooral professioneel. Ik ben niet tegen professionaliteit, maar wel voor het kennen van het verschil tussen verkoopbare producten maken, en creativiteit “just for the hell of it”. Waarom dat zo belangrijk is legt Pascal Gielen heel mooi uit in zijn essay Creativiteit en andere fundamentalismen (Mondriaanfonds 2013), waarin hij zegt dat de nadruk op creativiteit in het bedrijfsleven ons doet vergeten dat artistieke creativiteit subversief, lastig, en daardoor niet verkoopbaar maar des te interessanter is.

Maarja, we kunnen niet allemaal kunstenaar zijn, toch? Dat klopt. Maar misschien moeten we het af en toe proberen. Een goede inspiratiebron hierbij is het werk van de Belgische kunstenaar Jacques Lizène. Zijn “art d’attitude”, ofwel kunst van de houding, ademt verwantschap met Joseph Beuys, maar ook met de performance kunst van Amerikaanse kunstenaars als Laurie Anderson. Zijn kunstwerken bestaan uit houdingen of handelingen en dragen namen als Etre quasiment nul [vrijwel waardeloos zijn], mettre n’importe quoi sur la tête [iets willekeurigs op je hoofd zetten], en tracer de petits dessins médiocres [middelmatige tekeningen verzamelen]. Het is gemakkelijk hierin het werk van een clown te zien, maar een ander werk van Lizène geeft aan dat er wel degelijk visie schuilt achter zijn ludieke werken : « Les choses vraiment interessantes, sont celles qui n’ont pas d’interet ». [De echt interessante dingen dienen geen doel], plaatste hij op een bord in een berglandschap.

Lizène is een professioneel kunstenaar, een succesvolle zelfs. Het zou dan ook niet eerlijk zijn om zijn werk te lezen als een viering van amateurisme. Maar ik, die constant verteld wordt dat creativiteit belangrijk is terwijl de werkelijkheid meer gedicteerd wordt door haalbaarheid en efficiëntie, put er inspiratie uit. Creativiteit om de creativiteit, zonder einddoel, dat is wat Lizène bepleit. Vergeet voor even innovatie, vergeet voor even je deadline. Google zou pas echt innovatief zijn als het zijn werknemers vrij zou geven om te punniken.

Boukje CnossenPLEIDOOI VOOR AMATEURISME

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *