MET DE (MODE)VOETEN OP DE GROND

Sofie Jacobs Vizier Blog Leave a Comment

Sinds de komst van de Antwerpse Zes* in de jaren ’80 floreert de Belgische mode nationaal en internationaal. Ons land barst van het modetalent, Antwerpen op kop, en ook de Mode Academies scoren hoog in allerlei rankings. We zijn toppers op het vlak van creativiteit, ‘de wereld’ beschouwt onze mode als avant-gardistisch. Mode spreekt duidelijk tot de verbeelding. Er gaat geen week voorbij zonder een modegerelateerd artikel in de krant. Ook de huidige tentoonstellingen in Bozar en het Modemuseum kunnen op veel bijval rekenen. In de opleiding CultuurManagement (Universiteit Antwerpen) stijgt de vraag van studenten naar stages en scripties in deze sector, en de inschrijvingen voor de Summerschool Fashion Management (Antwerp Management School) lopen als een trein. Tegelijkertijd kreunt de modesector onder de crisisdruk. Faillissementen worden breed uitgesmeerd in de pers. De concurrentie is bikkelhard. Maar werken in de modesector blijft hoe dan ook een droom voor velen.

De afgelopen zes maanden interviewde ik in het kader van mijn doctoraatsstudie zo’n 17 Vlaamse modeontwerpers, bekend en minder bekend, succesvol en minder succesvol, starters en gevestigde waarden. Stuk voor stuk verhalen vol passie en grenzeloze inzet. Ik was nieuwsgierig naar hun manier van werken en denken, en wat de impact daarvan is op hun eigen definitie van succes. Zoals ook ‘de wereld’ hun mode bestempelt, verwachtte ik een avant-gardistische houding te bespeuren: een constante zoektocht naar vernieuwing, artisticiteit en non-conformistisch gedrag jegens de traditionele gang van zaken. Dat beeld moest ik intussen toch wat bijwerken. De gesprekken leerden me dat deze ontwerpers inderdaad constant op zoek zijn naar uniciteit en vernieuwing, en dat ook zakelijke vaardigheden belangrijk zijn om te overleven als creatief ondernemer, wat niets nieuws onder de zon is. Een balans tussen creatieve en zakelijke vaardigheden blijkt immers cruciaal te zijn, maar bij een heleboel startende ontwerpers zit deze balans echter scheef. Als ze zich willen focussen op de zakelijke kant lijken ze te moeten inboeten aan creativiteit en vice versa. Uit de gesprekken blijkt dat een scheve balans nefast is voor hun eigen gevoel van succes, en ook nefast voor de groei van hun creatieve onderneming. Hoewel doorgaans anders over hen gedacht wordt, hechten ze toch opvallend veel belang aan de zakelijke kant van hun ontwerp en organisatie, alleen komen ze er vaak niet toe, en dat bezorgt hen een minder succesvol gevoel. Verder kwam ik tot de vaststelling dat jonge ontwerpers moeite hebben met het niet volgen van de gangbare manier van werken in de modesector. Ofschoon verondersteld wordt dat afwijken van de norm voor hen haast bevrijdend is, bleek toch dat het ook samenhangt met een minder goed gevoel over het eigen succes.

Laat het een eye opener zijn voor zij die ‘starten in de mode’ door een roze bril bekijken. Het is hard werken, en het betekent vooral een streven naar een balans tussen je artistieke vrijheid en zakelijk inzicht en overleven, een niet zo voor de hand liggende combinatie. Er zijn opleidingen genoeg die op één van deze aspecten focussen: creativiteit leer je aan de Academie, voor zakelijk inzicht kan je elders terecht. Ik zie weinig opleidingen, of trajecten, die beiden combineren of die je leren omgaan met deze balans. Misschien ligt daar wel de sleutel tot succes.

*Voor de Nederlandse lezers, de Antwerpse Zes zijn de modeontwerpers Ann Demeulemeester, Dirk Bikkembergs, Dries Van Noten, Walter Van Beirendonck, Marina Yee en Dirk Van Saene.

Sofie Jacobs

Sofie JacobsMET DE (MODE)VOETEN OP DE GROND

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *