IMMIGREREN EN ONDERNEMEN

Boukje Cnossen Vizier Blog Leave a Comment

Wat verstaan we allemaal onder ondernemerschap? Ik vind het begrip altijd erg lastig. Zoveel mensen die ik ken zijn hun eigen baas, maar freelancer of zzp-er klinkt toch niet helemaal hetzelfde als ondernemer. Dat heeft misschien iets te maken met een verschil in lading. Met het woord ‘ondernemer’ associeer ik woorden als ambitie, doorzettingsvermogen, en passie voorbij, terwijl ‘freelancer’ gewoon betekent: niet in dienst.

Een jaar geleden voerde ik een tiental uitgebreide gesprekken met freelancers in de beeldende kunst. Ze waren bepaald niet commercieel gedreven, voorzagen in hun levensonderhoud met baantjes in de horeca, schoonmaak of in een winkel, en hadden niets op met woorden als bedrijfsplan, strategie of verdienmodel. Het enige wat ze wilden is een plek vinden voor hun werk, al hadden ze niet de illusie er ooit veel geld mee te verdienen. Tot zover niets nieuws, dit wisten we immers allang van kunstenaars.

Toch vond ik ze toonbeelden van ondernemerschap. Waarom? Omdat het immigranten waren. Hoewel ze elkaar niet allemaal kenden hadden ze een sterke gemene deler: allemaal waren ze naar Nederland gekomen omdat het klimaat voor hen als kunstenaar hier beter is. Sommigen waren Oost-Europees, anderen kwamen uit Zuid-Oost Azie, een enkeling kwam uit een EU-land dat in diepe crisis verkeerde. Buiten het feit dat ze wisten dat de cultuursector in Nederland goed ontwikkeld was, vonden velen van hen het ook een pre dat Nederland bijvoorbeeld minder christelijk is dan het land waar zij zelf vandaan kwamen, of minder naar tegen homo’s.

De meesten begonnen hier eerst een opleiding aan een kunstacademie om zich pas daarna in te schijven bij de Kamer van Koophandel. Alhoewel die inschrijving officieel een ondernemer van hen maakte, waren het hun verhalen die ondernemend op mij overkwamen. Een van hen werkte in de Amsterdamse restaurants die door zijn landgenoten gerund werden, maar hield daarmee op toen hij zag dat ze van corruptie en uitbuiting aan elkaar hingen. In plaats daarvan ging hij optreden als straatmuzikant. Een ander vroeg aan haar manager bij het warenhuis waar ze werkte om verlof om met Kerstmis op familiebezoek te gaan, en kreeg te horen dat dat er niet in zat, en dat ze ‘blij mocht zijn dat er voor haar werk is in dit land’. Nu ze langzaamaan wat meer geld met haar theatershows, en werkt ze minder uren bij het warenhuis. Een derde zou terug moeten keren naar zijn land van herkomst omdat zijn studentenvisum verliep, maar schakelde een advocaat in die hem hielp aan te tonen dat zijn kunst een waardevolle bijdrage aan de Nederlandse samenleving vormt. Nu mag hij blijven.

Dit zijn de mensen die in het hevig woedende vluchtelingendebat ‘gelukszoekers’ worden genoemd. Ze vluchtten niet voor geweld, en ook niet echt voor economische malaise. Vaak waren het internationale verdragen die het hen mogelijk maakten hun horizon te verbreden: Erasmus uitwisselingen, internationaal onderwijs. Alhoewel ze maar net hun hoofd boven water kunnen houden, zijn ze duidelijk niet hulpbehoevend. Ik was onder de indruk van hun vindingrijkheid: het creatief omgaan met partnervisa’s, het handig kunnen inzetten van hun verschillende identiteiten. Ook keek ik bewonderend naar de mate waarin ze in meerdere gemeenschappen leefden. Ze reizen constant heen en weer tussen landen, niet alleen voor familiebezoek maar ook om hun werk te kunnen tonen en maken, en organiseren soms gehele kunstfestivals van een afstand.

Zolang we ondernemerschap prijzen, kunnen we migranten er niet van beschuldigen.

Op ons evenement De Ondraaglijke Lichtheid van het Creatief Ondernemen, op 1 december in A Lab in Amsterdam, perst illegale ondernemer Tos van Pers Vrijheid jullie welkomstdrankjes. Kom dat proeven en schrijf je hier in.

Boukje CnossenIMMIGREREN EN ONDERNEMEN

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *