DIALECTIEK DER RENDEMENTSDENKEN

Yosha Wijngaarden Vizier Blog 1 Comment

In radioprogramma’s en op televisie hoorde en zag ik de afgelopen weken hoe prominente denkers in vurige betogen pleitten voor het behoud van ‘het onrendabele’, voor cultuur en voor de waarde van een democratische structuur boven economisch rendement. Niet alleen in Amsterdam, ook in London en in andere steden dwingen studenten, docenten en onderzoekers aandacht af voor kwaliteit van onderwijs en onderzoek en voor bestaansrecht van de kleine cultuuropleidingen. De intrinsieke waarde van cultuur is plotseling weer onderwerp van gesprek geworden (o.a. De Correspondent, blogs op Vizier).

Deze nieuwe impuls in het denken over cultuur is hard nodig. Door cultuur te economiseren verliest het zijn authenticiteit, stelden Adorno en Horkheimer al in de jaren veertig van de twintigste eeuw in De Dialectiek der Verlichting. Economische doelen winnen het van culturele doelen, zoals het prikkelen van de fantasie en het zelfstandige denken. De situatie die Adorno en Horkheimer zo’n zeventig jaar geleden schetsten heeft zich in versterkte mate doorgezet. In de onlangs gepubliceerde WRR-verkenning Cultuur herwaarderen beschrijft Dave O’Brien hoe New Public Management-taal zijn intrede deed in de culturele sector. Deze taal is doordrenkt van termen als rendementsdenken, economisering, innovatieve waarde en bezuinigingen. Financiële steun aan de culturele sector verwerd een meetbare investering. De toenemende instrumentalisering van cultuur is daarbij niet alleen terug te brengen tot het meten van de directe impact van kunst en cultuur, maar ook op indirecte wijze in de vorm van bijvoorbeeld het aantrekken van toerisme en economische activiteiten. De vrije kunsten zijn verstrengeld geraakt in een web van nut, rendement en van bedrijfskundetaal.

De intrede van de New Public Management-taal is in de loop der jaren niet beperkt gebleven tot de cultuursector, maar is doorgedrongen tot in de universiteiten en de liberal arts. De historicus Chris Lorenz beschreef een aantal ontwikkelingen die vanaf de jaren tachtig van de twintigste eeuw aan de wieg stonden van het huidige academische ongenoegen: economisering van het hoger onderwijs, een streven naar economisch rendement, schaalvergroting en een permanente verwijzing naar ‘topkwaliteit’. Deze ontwikkelingen gingen, niet verrassend, samen met een groeiende nadruk op kwantiteit. Meer studenten, meer publicaties, meer patenten, meer toepassingen en meer onderzoeksbeurzen. Zowel het verdwijnen van de niet winstgevende talenstudies als het toenemende belang dat gehecht wordt aan vastgoedontwikkeling zijn hier nu de schrijnende uitkomsten van.

Het Maagdenhuis in Amsterdam is inmiddels ontruimd. Een cultureel en wetenschappelijk festival dat zou plaatsvinden is de kop in gedrukt. Opnieuw leggen cultuur en het streven naar academische kwaliteit het af tegen een rendementsargument: 500.000 euro, de geschatte kosten van het protest tégen het rendementsdenken. Is dit het einde van de tegenbeweging, de antithese, en gaan we terug naar het meten van academisch en cultureel rendement, moeten we vrezen voor de toekomst van de cultuur georiënteerde wetenschappen en kunsten? De bal is aan het rollen. Het is nu aan ons, aan studenten, docenten, kunstcritici en kunstenaars, cultureel ondernemers en onderzoekers om hem in beweging te houden. Niet alles is in rendementstaal te vangen!

Verder lezen:

Horkheimer, M., & Adorno, T. L. W. (2007). Dialectiek van de verlichting: Filosofische fragmenten. Amsterdam: Boom.

Lorenz, C. (red.) (2008). If you’re so smart, why aren’t you rich? Amsterdam: Boom.

Schrijvers, E., Keizer, A.G. & Engbersen, G. (red.) (2015). Cultuur Herwaarderen. Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Coverfoto: RTV Rijnmond

 

Yosha WijngaardenDIALECTIEK DER RENDEMENTSDENKEN

Comments 1

  1. Pingback: Hup, ga die markt op! | Vizier

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *