DE CREATIEVE STAD VAN TOEN

Claartje Rasterhoff Vizier Blog Leave a Comment

Door: Claartje Rasterhoff

De creatieve industrie, creatieve clusters, creatieve stad en creatieve klasse worden bejubeld en verguisd. Ze zijn ingezet als inspiratoren van economische innovatie, sociale cohesie en culturele ontwikkeling, maar ook weggezet als marketingtools, modewoorden en containerbegrippen. Het debat over de zin en onzin van de creatieve stad legt terecht de overwaardering van creativiteit in de huidige samenleving bloot (zie Boukje Cnossens recente blogpost), maar in dit blog wil ik toch een pleidooi houden voor het gebruik van concepten als creatieve stad en industrie in academisch onderzoek.

Als economisch historicus geïnteresseerd in kunst en cultuur, houd ik me bezig met vragen als ‘hoe kan de hoogwaardige en omvangrijke productie van culturele voorwerpen in bepaalde perioden in het verleden worden verklaard?’ en ‘Waarom blonken sommige steden uit in bepaalde vormen van culturele productie en bleven andere achter?’. Tot kort geleden werden deze vragen bijna uitsluitend bestudeerd door specialisten: kunsthistorici focusten op voorwerpen en individuen, terwijl economen de relatie tussen economische voorspoed en culturele bloeiperiodes onderzochten. Onderzoek dat een brug probeerde te slaan tussen de twee disciplines miste een systematische aanpak. Met de insteek van de creatieve stad of creatieve industrie is er een steviger fundament gekomen tussen het microniveau van kunsthistorici en het macroniveau van economen.

Dit ‘mesoniveau’ wordt gekenmerkt door alternatieve onderzoeksobjecten en vraagstellingen. Er wordt minder nadruk gelegd op individueel kunstwerk en kunstenaar, op ‘hoge’ kunstvormen, op eindresultaat, op historische uniciteit, op prijzen, en op de wet van vraag en aanbod. Het onderzoeksobject is nu eerder de stad, de sector, de bevolkingsgroep, het netwerk of het instituut. Voor mij als historicus is ‘de creatieve stad’ of ‘de creatieve industrie’ daarmee eerder een denkkader dan een entiteit. Het is een ideaaltypisch model met specifieke organisatorische, ruimtelijke en historische kenmerken, dat ons met een andere blik naar dezelfde data kan laten kijken.

Het gebruik van deze denkkaders heeft niet alleen de focus in academisch onderzoek verlegd, maar ook de manier waarop onderzoek wordt bedreven. De creatieve stad en verwante begrippen zorgen ervoor dat economen worden geconfronteerd met de artistieke of creatieve inhoud, en dat onderzoekers die traditioneel vooral naar de inhoud kijken aandacht krijgen voor de context die creativiteit mogelijk maakt. Deze ontwikkeling vergemakkelijkt samenwerking binnen de geesteswetenschappen, met sociale wetenschappen en met partners van buiten de academische wereld, zoals bijvoorbeeld is terug te zien in een recent afgerond project naar de historische wortels van hedendaagse Nederlandse creatieve industrieën getiteld Places and their culture. The evolution of Dutch cultural industries from an international perspective, 1600-2000, het nieuwe dataproject Creative Amsterdam: An E-Humanities Perspective (CREATE), en het op actieonderzoek gerichte Creative Industries Research Centre Amsterdam.

Hoewel het misschien wat vroeg is om de balans op te maken, is dit blog illustratief voor de meerwaarde van concepten als de creatieve stad en creatieve industrie: Mijn aandeel in VIZIER, de groep jonge onderzoekers achter deze blog, zou waarschijnlijk nooit van de grond zijn gekomen zonder de hulp van deze begrippen.

Title

 

Claartje RasterhoffDE CREATIEVE STAD VAN TOEN

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *